'Wat is er aan de hand? Jullie hebben ons eruit gegooid! Het appartement, het strandhuis... alles is weg! Wat denken jullie wel niet dat jullie aan het doen zijn?' Richards stem was hoog en zijn wanhoop was duidelijk hoorbaar.
Denise's lippen krulden in een kleine, bijna onmerkbare glimlach. 'Ik neem terug wat van mij is, Richard. Het appartement, de auto, het strandhuis – het is allemaal van mij. Je hebt nooit huur betaald. Je hebt al jaren geen cent bijgedragen. Je hebt van mijn geld geleefd, en ik heb er genoeg van.'
"Je bent gestoord!" brulde Richard. "We spannen een rechtszaak tegen je aan! We laten je ontoerekeningsvatbaar verklaren!"
Denise reageerde kil en sneed dwars door zijn dreigementen heen als een mes. "Ga je gang, Richard. Advocaten zijn duur, en je hebt er geen geld meer voor. En wat betreft je rechtszaak? Ik heb vorige week een volledige psychiatrische evaluatie gehad. Dat kostte me 5000 dollar, en ik ben volkomen gezond van geest. Dus je kunt dat voor de rechter brengen, maar je zult er niets mee bereiken."
Richards stem trilde tussen woede en ongeloof. "Je kunt ons niet zomaar alles afpakken!"
'Ik neem niets van je aan, Richard,' antwoordde Denise vastberaden. 'Je hebt het nooit verdiend. Je hebt jarenlang van mijn vrijgevigheid geprofiteerd, en nu ik besloten heb ermee te stoppen, heb je niets meer over. En ik vind het niet erg. Jij en Susan hebben me voor schut gezet op de bruiloft van mijn kleindochter. Jullie hebben me vernederd. Jullie hebben me behandeld als een object dat jullie voor eigen gewin konden gebruiken. Jullie horen niet meer bij mijn familie.'
Er viel een lange stilte aan de andere kant van de lijn. Denise hoorde de paniek in Richards ademhaling. Dit had hij niet verwacht. Hij had gedacht dat zijn moeder zou instorten, dat hij zonder gevolgen over haar heen kon lopen. Maar nu stond hij oog in oog met de vrouw die alles had opgebouwd, de vrouw die het gezin al die jaren bij elkaar had gehouden.