De regel stelt dat vermenigvuldiging vóór optellen of aftrekken moet plaatsvinden.
Vermenigvuldiging herkennen: Kijk eerst naar het midden van de vergelijking: 25 keer 0. Elk getal vermenigvuldigd met nul is gelijk aan 0.
De vergelijking ziet er nu als volgt uit: 50 + 50 – 0 + 2 + 2
Optellen en aftrekken: Nu kun je gewoon van links naar rechts werken.
50 + 50 = 100
100 – 0 = 100
100 + 2 = 102
102 + 2 = 104