Doe de bloem, het bakpoeder en het zout in een middelgrote mengkom.
Voeg de boter toe en wrijf deze met je vingertoppen door het mengsel tot het op grove broodkruimels lijkt. Voeg het warme water toe.
Kneed het deeg tot het glad is.
Verdeel het deeg in 14 gelijke balletjes.
Laat de balletjes 15 minuten rusten.
Leg een klein balletje op een met bloem bestoven oppervlak.
Rol elk balletje uit tot een klein rondje.
Bak de uitgerolde deegbolletjes in een koekenpan op middelhoog vuur. Wacht tot er belletjes aan het oppervlak verschijnen.
Draai ze om en bak ze tot beide kanten goudbruin zijn.
Serveer met je favoriete toppings.
Eet smakelijk!