Heerlijk, een bijzondere bereidingswijze, maar toch eenvoudig: dit hemelse en vullende gerecht is bijna volledig in de vergetelheid geraakt.
In de tijd van onze overgrootouders was het de taak van de gastheer om de oogsters tijdens de oogst van eten te voorzien voor de hele dag. De oogst begon vroeg in de ochtend, voorafgegaan door een stevig ontbijt, meestal met brood, spek of worst. Om de energie tot de avond op peil te houden, werd er ook een calorierijke lunch geserveerd aan de vermoeide arbeiders. Een van de meest voorkomende oogstlunches was kelderstoofpot. Tegenwoordig is dit gerecht vrijwel verdwenen, niet alleen van de oogst, maar ook van menu's en keukens in het algemeen, en de huisvrouwen van nu maken het niet meer klaar.
Vroeger werd dit gerecht beneden in de wijnkelder bereid, waar de wijnen rijpten. Er werd gezegd dat het gerecht tijdens de bereiding het houtachtige, tannineachtige aroma van de wijnvaten overnam. Misschien wel het belangrijkste was dat het in één pan moest worden gemaakt; er was geen tijd voor soep en hoofdgerechten te midden van al het harde werk. Net als bij goulash werden alle ingrediënten tegelijk in één pot of ketel gekookt, zodat het midden in de oogsttijd kon blijven staan en vanzelf gaar werd.