Zo maakte mijn oma eiersoep en er bleef nooit iets van over de volgende dag.

De eiersoep is gebaseerd op hetzelfde uienvoorgerecht dat zo kenmerkend is voor veel Hongaarse keukens. Ik fruit de fijngehakte rode ui langzaam in een beetje olie of vet. Ik neem er de tijd voor, het is lekker om te wachten tot de ui glazig wordt en zijn aroma vrijkomt.

Als de ui gaar is, haal ik de pan van het vuur, voeg ik de bloem en paprikapoeder toe en roer ik het er snel doorheen. Ik giet er meteen het water bij zodat het niet in de ui trekt en zet het weer aan de kook. Op dit punt voeg ik het laurierblad, de komijn, zout en peper en de gehakte knoflook toe.

De soep begint vanaf hier zachtjes te borrelen. Hij hoeft niet hard te koken, alleen een zacht gebubbel. Als de smaken goed zijn samengekomen, komen de eieren erbij. Ik doe dat nu op twee manieren. Ik klop vijf eieren en giet ze langzaam in de soep, druppelsgewijs, terwijl ik zachtjes roer. Dit geeft de soep een luchtige, zachte textuur. Daarna voeg ik voorzichtig vijf hele eieren toe, één voor één, zodat ze bij elkaar blijven.